Top Menu

Isoleren en luchtdicht maken

Laying Blocks.Doorgedreven isoleren, koudebruggen vermijden

Het goed isoleren van een gebouw is belangrijk en op termijn ook een zeer goedkope manier om energie te besparen. Isolatie houdt in de winter de warmte binnen en in de zomer de hitte buiten.

Isolatie is onderhoudsvrij en vormt dus een éénmalige kost. Bovendien betaalt het zichzelf terug door kleinere en dus goedkopere verwarmings- en koelinstallaties en natuurlijk ook door lagere energiefacturen gedurende de volledige levensduur van het gebouw. Dat isolatie goed en nauwkeurig geplaatst moet worden met zo weinig mogelijk koudebruggen spreekt voor zich. Die doen het effect van de isolatie immers deels teniet en zijn ook de oorzaak van vochtproblemen door condensatie.

Beglazing, raamprofielen, lichtkoepels, lichtstraten

Kies voor superisolerend glas (met een lage U-waarde) en vergeet daarbij niet de thermische onderbreking van het raamwerk. Zie ook bij zonnewering. Ook lichtkoepels en lichtstraten bestaan tegenwoordig uit superisolerend glas. Zie ook bij oriëntatie. Kies je toch voor gewone lichtkoepels of lichtstraten uit PC (Polycarbonaat) of PMMA (Acrylaat), beperk ze dan tot het strikt noodzakelijke (wettelijk mag slechts 2% van uw gebouwschil afwijken van de EPB-normen).

Luchtdichtheid van kantoren en woningen

Goed isoleren betekent eveneens goed luchtdicht maken. Wind, verwarming en mechanische ventilatie veroorzaken verschillen in luchtdruk tussen binnen en buiten. Daardoor ontsnapt heel veel warmte via kieren en spleten. Luchtdicht bouwen betekent spleten en kieren vermijden en ervoor zorgen dat de warmte zoveel mogelijk binnen blijft.

Luchtdichtheid bij bedrijfshallen en algemene tips

Bedrijfshallen kunnen natuurlijk niet even luchtdicht worden gemaakt als kantoren en woningen. Toch is ook hier heel wat mogelijk. Enkele tips…

  • Breng tochtstrippen aan op poorten en voorzie in snelsluitende poorten.
  • Voorzie automatisch sluitende deuren net naast de garagepoorten zodat niet telkens de poort geopend dient te worden wanneer iemand binnenkomen of naar buitengaat.
  • Rust buitendeuren en deuren tussen verwarmde en niet of minder verwarmde ruimtes uit met automatisch sluitende deurdrangers zodat de deuren niet onbedoeld open kunnen blijven staan.
  • Voorzie een sas of tochtsluis in de centrale inkomhal en ter hoogte van laad- of loszones.
  • Indien de poorten onvermijdbaar zeer vaak en/of langdurig geopend worden: installeer warmeluchtgordijnen ter hoogte van de poorten en/of centrale inkomdeur of werk plaatselijk met warmtestralers waar mensen werken.